Internet als grondrecht

door op 27 jan 2012, in Juridisch, Meningsuiting, Nieuws

Afgelopen week kwam de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) met een verrassend bericht naar buiten; de stichting is van mening dat internet een grondrecht zou moeten zijn. Er zullen weinig mensen te vinden zijn die hier een probleem mee hebben; internet als grondrecht klinkt tenslotte als iets dat je in een moderne samenleving als moderne bevolking toejuicht. Ik ben er zelf ook een groot voorstander van dat iedereen toegang kan verkrijgen tot het internet. Maar zodra een instituut als SIDN zich in dit soort materie begint te mengen, dan krijg ik last van een ongemakkelijk gevoel. En zodra je wat verder over de materie nadenkt, vind je al snel aspecten die naar mijn mening een stuk belangrijker zijn, maar waar je de SIDN dan helaas weer niet over hoort.

Om te beginnen: SIDN is een domeinregistratie-en beheerbedrijf

En van een domeinregistratie- en beheerbedrijf verwacht je dat ze zich bezighoudt met het vastleggen en beheren van domeinnamen. Filosoferen over juridische mogelijkheden omtrent het implementeren van een internetgrondrecht verwacht je naar mijn mening toch op andere plaatsen. Bij de digitaleburgerrechtenverdedigers BitsofFreedom bijvoorbeeld. Of in Den Haag. Maar bij de SIDN?

Aangezien (financiële) belangen binnen onze maatschappij een zeer grote rol spelen, werpt zich de vraag op wat de SIDN precies motiveert om tot het voorstel voor het vastleggen van internet als grondrecht te komen. Betreft het hier soms een actie om het eigen voortbestaan te waarborgen? Misschien een poging om zeggenschap en controlemogelijkheden te vergroten? Of hebben we hier toch gewoon te maken met een stichting die daadwerkelijk het beste met de burger voor heeft? Ik durf er geen uitsluitsel over te geven maar ik blijf een domeinregistratie-en beheerbedrijf als voorvechter voor “internetgrondrechten” een wat vreemd fenomeen vinden.

De eventuele implementatie

Als we naar de praktische implementatie-aspecten van zo’n grondrecht kijken steken er ook direct wat vragen de kop op. Om internet sowieso te kunnen benaderen heb je namelijk een aantal dingen nodig: in ieder geval een (draagbare) computer en een digitale communicatieverbinding. Ik vraag mij dan ook direct af hoe de SIDN dit denkt te gaan regelen. Krijgt iedere Nederlander van de overheid een computer of smartphone en een (mobiele) netwerkverbinding? Ik kan me voorstellen dat bepaalde bedrijfssectoren staan te trappelen om zo’n megaorder binnen te halen maar echt bevorderlijk voor de bevolking zou ik het niet willen noemen. De miljarden aan belastinggeld die daaraan verspild zouden worden zijn in deze tijden van economische neergang meer dan onmisbaar.

Aangezien bovenstaand scenario dus niet heel erg voor de hand ligt, lijkt de suggestie van de SIDN nogal een loze te zijn. Vragen om iets waar eigenlijk al sprake van is: iedere Nederlander kan tenslotte al naar believen gebruik maken van het internet, mits aan de hiervoor beschreven basisvoorwaarden voldaan is. Ik heb geen idee of de SIDN er bij stilgestaan heeft, maar de discussie wordt een heel stuk interessanter en zinniger wanneer je de vraag stelt: “wat wordt er eigenlijk precies met dat ‘internet’ bedoeld?”

Internet”

Het zal de lezer van dit artikel vast niet ontgaan zijn dat er de afgelopen tijd behoorlijk wat rommelde op de digitale snelweg. Eerst een massale internetcampagne tegen de implementatie van de Amerikaanse SOPA- enPIPA-wetgeving, daarna een beanstigend staaltje van machtsvertoon en schending van internationale verdragen in de vorm van de FBI-actie tegen Megaupload. En heel recentelijk tekende de Europese Commissiehet ACTA-verdrag. Tel daarbij onze nationale ontwikkelingen als de groeiende macht van BREIN bij op en je zou je ernstig af kunnen gaan vragen hoe dat “internet” er in de toekomst precies uit gaat zien.

De ontwikkelingen die op dit moment spelen wijzen volgens mij in de richting van een sterk gecontroleerd internet dat gereguleerd zal gaan worden door de wensen en eisen van overheden en corporaties. Een soort kabeltelevisie dus, maar dan via je computer (soortgelijke voorstellen zijn in 2007 reeds gedaan). Inhoud die nagenoeg volledig gesponsord is door geldstromen uit de corporate sector en daarbij tevens onder strikte controle van wetgeving staat. Het Nederlandse volk mag dan ooit eens met verlokkingen alsnetneutraliteitgepaaid zijn, het voorval met BREIN bewijst dat het tegenovergestelde reeds het geval is: bedrijfs- en overheidsmatige beïnvloeding die ervoor zorgt dat providers gedwongen worden hun aanbod aan te passen. Precies datgene dat je met het streven naar netneutraliteit zou moeten voorkomen.

Dus wat heb je dan nog aan zo’n internetgrondrecht? Dat lijkt mij uiteindelijk net zo nuttig als een kabeltelevisiegrondrecht. Of een u-mag-een-boek-lezen-grondrecht. Het is mijns inziens veel belangrijker om ervoor te zorgen dat het aanbod en de aanbieders op internet vrij blijven van filters, blokkades en criminele vervolging die om louter economische doeleinden ingezet worden. Met de invoering van het ACTA-verdrag wordt het mogelijk om internetvrijheid in ernstige mate te beperken. De SIDN zou het dus beter over een internetvrijheidsgrondrecht gehad kunnen hebben. Maar of dat uiteindelijk wel enig nut zou hebben, ook dat durf ik te betwijfelen…

Rechten

Rechten zijn namelijk hele frappante dingen. Ze bestaan eigenlijk alleen in onze hersenpannen maar worden voor algemeen gemak en overzicht op papier gezet. Wie het nieuws in Nederland de afgelopen jaren in de gaten heeft gehouden, zal tevens moeten concluderen dat onze overheid nogal een flexibele definitie van het begrip “rechten” is gaan hanteren. Het blijkt verdomd makkelijk om rechten en bijbehorende wetten naar believen aan te passen. Of simpelweg te negeren.

Justitie heeft al meerdere malen bewezen geen enkele moeite met ernstige vormen van privacyschending te hebben. En zodra iets echt niet bevalt, dan dient een van onze volkvertegenwoordigers gewoon een nieuw wetsvoorstel in. Hirsch-Ballin bewees dat al eens door de opslag van kentekens alsnog mogelijk te maken. En Donner besloot recentelijk nog om de wet aan te passen om wat extra staatsinkomen uit de verkoop van identiteitsbewijzen te garanderen. Rechten blijken dus nogal fragiel en onderhevig aan de grillen van de regering te zijn.

De taferelen rond BREIN, de FBI-inval bij Megaupload en het ondertekenen van het ACTA-verdrag tonen pijnlijk aan dat regeringen voornamelijk bezig zijn met het behartigen van de belangen van onder meer de entertainmentindustrie. Kijk je naar het handelen van de overheid in het algemeen dan zie je telkens hetzelfde patroon: er worden economische belangen verdedigd. De menselijke belangen komen pas veel later aan de orde. Als ze al aan de orde komen.

Internet als grondrecht is misschien een nobele gedachte maar als de inrichting van het internet uiteindelijk bepaald wordt door overheden en corporaties, dan heeft het instellen van zo’n grondrecht totaal geen zin. De grootste uitdaging is dan ook om het immer streven naar economische groei geen bedreiging te laten vormen voor het voortbestaan van een vrij internet. Het grote probleem daarbij is echter hoe je dat als wereldbevolking voor elkaar denkt te krijgen als je door overheden en corporaties stelselmatig tegengewerkt wordt… Ik moet de lezer het definitieve antwoord schuldig blijven maar verwacht dat we hele interessante en verrassende tijden tegemoet zullen gaan die uiteindelijk wel tot antwoorden zullen leiden.

Door collega Michiel

Reageer hieronder op bovenstaand bericht.

1 reactie

Laat een reactie achter